Geschiedenis

De Lichaamsgerichte Psychotherapie heeft als uitgangspunt, dat er samenhang is tussen het lichaam met de gedachten, emoties en gevoelens.
In de Westerse psychotherapie is deze benadering relatief nieuw; in de Oosterse tradities is onderlinge beïnvloeding van de lichamelijke en geestelijke gezondheid in feite al duizenden jaren aanwezig.
Eenzijdige beïnvloeding van de geest op het lichaam, oftewel de psychosomatiek, werd al beweerd in de 18e eeuw door Hieronymus David Gaubius.
Ook niet-wetenschappelijk is de invloed van mens en geest evident. Voorbeelden zijn de invloed van seksuele gedachten op het lichaam en de invloed van lichamelijke pijn op de geest.

De voornaamste grondlegger van Lichaamsgerichte Psychotherapie is Wilhelm Reich. Andere ontwikkelaars op dit terrein zijn Moshé Feldenkrais, Alexander Lowen, Stanley Keleman en John Pierrakos.
Reich ontdekte in het lichaam verhardingen in de vorm van spierspanningen en blokkades, waarmee het fysieke organisme op verdrongen gevoelens reageerde.
Hij noemde dit lichaamspantsers. Reich ontwikkelde tevens een karaktertheorie gebaseerd op eerder werk van zijn leraar Sigmund Freud waarbij niet alleen de psyche maar ook het lichaam werd betrokken.
Hij nam waar dat bepaalde karakterstructuren zich ook lichamelijk uitdrukten zoals in de lichaamsbouw, de motoriek en expressie. Volgens Reich zou de psychotherapie zich niet alleen met de psyche moeten bezighouden maar ook met het lichaam in de vorm van intensief ademen, bewegen en expressiviteit.